HOME

General Conditions

Common Herbs

Some Brazilian Herbs

Tuinkruiden uit Brazilie

Waterplanten

Wat is Kwendel?

Kontact

Enkele tuinonkruiden uit BraziliŽ die veelvuldig gebruikt worden in de volksgeneeskunde en in de fytotherapie.


 

         De spontane vegetatie die voorkomt in de quintais, de achtertuinen waar ook de groente verbouwd wordt en waar enkele fruitbomen en eventueel koffiestruiken staan, in het midden en zuiden van BraziliŽ, is zeer soortenrijk. Ze dient niet onmiddellijk als onkruid bestempeld te worden, omdat er vaak een grote waarde aan wordt toegekend voor het behandelen van lichte tot middelzware gezondheidsproblemen. Het ďonkruidĒ dient dan als een levende, groene huisapotheek, vaak aangevuld met enkele gekweekte soorten. De planten worden bijna altijd vers gebruikt, vaak in de vorm van decoctie of infusie, soms in de vorm van garrafadas, waarbij de verse plant eerst twee weken of langer moet trekken op cachaÁa, suikerrietalcohol. De genezende kracht wordt geacht samen te gaan met een bittere smaak, hoe bitterder hoe beter.

         De dosering kan zeer verschillend zijn en berust meestal op ervaringen van degene die het genezingsproces begeleid. Dit zijn meestal de oudste familieleden. Vaak wordt ook het zich bloot stellen aan de invloed van de plant reeds als heilzaam aangezien, in dat geval wordt de hoeveelheid van het geneeskruid dat ingenomen moet worden, niet zo belangrijk geacht.

         Enkele veelvuldig gebruikte soorten worden hier behandeld.


 

erva-de-bot„o   [naar boven]

Eclipta prostrata (L.) L. (=E. alba (L.) Hassk., =E. erecta L., =E. longofolia DC, =E. marginata Boiss., =E. parviflora DC., =E. punctata Jacq., =E. thermalis Bunge, =Galinsoga oblonga DC., =Polygyne inconspicua Phil., =Verbesina alba L., =V. conyzoides Trew., =V. prostrata L., =Wedelia psammophyla Poep., =Wiborgia oblongifolia Hook.). P.: erva-de-bot„o, agri„o-do-brejo, cravo-bravo, de Tupi naam is coacica, sucurima, surucuŪna, tangaracŠ; heet in het Nederlands eclipta of vals madeliefje. Familie Asteraceae. Het is een soms lastig onkruid vooral op vruchtbare en enigszins vochtige gronden, maar heeft zich aan weten te passen aan een groot aantal bodem- en klimaattypes. Het hoeft nooit gekweekt te worden omdat het steeds bijna overal in voldoende mate voorkomt. Het is nu een kosmopolitische plant die ook overal in BraziliŽ groeit. Kenmerkend zijn de groene bloemhoofdjes zonder straalbloemen. Tuinders zijn weinig gesteld op eclipta omdat het een waardplant is voor de schadelijke nematoden Meloidogyne sp. Toch bevat de plant thiofen-derivaten, die in de allopathie juist gebruikt worden voor het bestrijden van parasitaire nematoden, verder nicotine en flavoniden zoals wedelolactone.

         De gehele plant wordt tijdens de bloei geoogst en daarna normalerwijze gedroogd. Ze wordt gebruikt in infusies, medicinale oliŽn, maar ook in vloeibare extracten, poeders en tincturen.

         Het is in de volksgeneeskunde een belangrijk kruid voor de behandeling van lever en nierproblemen, cirrhosis, hepatitis, verder als wondmiddel, tegen huiduitslag, eczeem, bloedingen na de geboorte, als haartonicum. Het kruid heeft een astringerende, depuratieve en zacht laxerende werking.

         Het kruid wordt als niet giftig beschouwd, indien het in normale doses wordt genomen.

In de ayurvedische geneeskunde in BraziliŽ wordt vooral het extract van de verse plant gebruikt en vindt toepassing onder meer als bloedstelpend en wondhelend middel, als verjongingsmiddel, als algemeen tonicum, maar ook bij lever en huidproblemen.


 

erva-tost„o   [naar boven]

Boerhavia diffusa L. (=B. diffusa var. paniculata (Rich.) Kuntze, =B. caribaea Jacq., =B. coccinaea Mill., =B. decumbens Vahl, =B. erecta L., =B. hirsuta Willd. =B. paniculata Rich., =B. surinamensis Miq.=B. viscosa Lag. et Rodr., Boerhavia =Boerhaavia), ook wel genoemd batata-de-porco, boer‚via, bredo-de-porco, mela-pinto, pega-pinto. De Braziliaanse (Tupi) naam is tangaraca, de farmaceutische naam is Boerhaviae hirsutae radix, folium, semen. Ze is verwant aan de in de homeopathie gebruikte en ook pantropisch voorkomende B. hirsuta Mart. (=B. polymorpha Rich., =Boerhaavia hirsuta Willd.), die in BraziliŽ officinaal is.

         Het is een overblijvend liggend kruid uit de familie Nyctaginaceae. Als ze bloeit kan ze 0,80!1,60m hoog worden. Ze stamt uit BraziliŽ maar komt nu in alle gebieden met een tropisch of subtropisch klimaat voor als invasieplant in tuinen, akkers, koffieplantages etc. De verspreiding wordt geholpen door de zeer kleverige zaden waarmee ze aan kleren en de vacht van de dieren blijven vastzitten. De plant groeit het liefst in de schaduw en op een goede, vruchtbare en enigszins vochtige bodem.

         Alle delen van de plant worden gebruikt, de wortels worden het hele jaar door geoogst, de bladeren en het kruid als die volgroeid zijn, het zaad als het rijp is. Er is een beperkte handel in gedroogde producten.

         De wortels zijn rijk in zetmeel en zouden gekookt en gegeten kunnen worden, als het kookwater enkele malen gewisseld zou worden. Ze zijn echter niet zo lekker. Echter worden ze wel gebruikt in decoctie vooral bij problemen van het uro-genitale systeem, zoals voor het opheffen van verstoppingen in de urinewegen, tegen waterzucht, urineretentie, albuminuria, uretritis, haematemesis, blennorrhoea, nierbekkenontsteking, blaasontsteking, en ook bij leverproblemen als hepatotonicum en hepatoprotector en bij hepatitis; wegens de toegeschreven eigenschappen als amoebicide, bacterostaticum, antiviroticum, diureticum, depurativum en verder de koortswerende, bloedstelpende, bloeddrukverlagende werking. Alle delen van de plant, maar vooral de wortels vinden toepassing als melkopwekkend middel, wormmiddel, tegen spastische samentrekking en epileptische aanvallen.

         Uitwendig wordt de wortel in sterke decoctie gebruikt tegen huiduitslag e desinfectiemiddel bij ontstoken ogen.

         Erva-tost„o is een heel belangrijke plant voor de moderne ayurvedische geneeskunde in BraziliŽ. De wortels worden gebruikt wegens de tonische en verjongende werking, en als diureticum. Het wordt vooral gebruikt bij moeilijk of pijnlijk urineren, bij nier- of urineblaasstenen, blaasontsteking, nierontsteking, seksuele impotentie, venerische ziekten en excessieve uitputting na ejaculatie.

         De plant dient als voedsel voor rundvee en varkens. Maar de plakkerige zaden kunnen aan de ogen van pluimvee blijven hangen, waardoor ze blind worden en uiteindelijk sterven.

         De plant bevat boerhavine, boerhavic acid, resinic acid, pectine, gum, slijmstoffen, zetmeel, calciumoxalaat, alanine en arachidonzuur. Hoge ingenomen doses kunnen leiden tot misselijkheid en braken.


 

guaco   [naar boven]

Mikania glomerata Spreng (=M. amara Willd. var. guaco, =M. argyrostigma Miq., =M. cuneata Sch. Bip., =M. guaco Kunth, =M. huaco deRieux, =M. officinalis Mart., =Micania tallafana Kuntze). In BraziliŽ wordt ze onder andere: guaco; cipů-caatinga, cipů-sucurijķ, coraÁ„o-de-jesus, erva-de-cobra of guaco-cheiroso genoemd. De Tupi naam is, behalve guaco: guape, huaco, en uaco. In het Nederlands wordt ze wel mikania genoemd, de farmaceutische naam is: Mikaniae glomeratae, folium, herba cum floribus, sumitates, of Guaco folium, extractum fluidum. Guaco is in BraziliŽ officinaal. Oorspronkelijk komt de plant uit het zuiden van BraziliŽ, Uruguay, Paraguay en noordelijk ArgentiniŽ. Familie Asteraceae. Het is een overblijvende slingerende plant, met iets verhoute, dunne tot 4m lange stengels, met hartvormige, iets vlezige bladeren en kleine witte bloemen in kleine terminale en axiale trossen. Het is een uitstekende honingplant. Guaco is in de fase van de domesticatie. Ze komt voor als spontane plant, vooral langs hekken en afrasteringen. Ze verdraagt lichte schaduw en lichte vorst, maar heeft vruchtbare grond en voldoende vochtigheid nodig. Het vermeerderen kan geschieden door middel van stekken, wat praktisch het hele jaar door kan gebeuren. Grazende en bijtende insecten vinden de bladeren erg lekker.

         De bladeren en bebladerde takken worden op markten in BraziliŽ wel verhandeld, ze worden veel gebruikt in commercieel vervaardigde hoestdranken en er vind ook export plaats. Het is een heel populaire plant om er thuis een hoestdrank van te maken. Het recept: 8 mooie, groene bladeren, een halve liter water en een kopje suiker, laten koken totdat het tot de helft is ingedampt, de bladeren eruit zeven en op een koele plaats in een donkere fles bewaren. Het belangrijkste gebruik is bij de behandeling van problemen aan het ademhalingssysteem, bij hoest, astma, heesheid, keelpijn, keelontsteking. Ze heeft een bronchiŽn verwijdende, koortsverminderende en tonische werking. Uitwendig wordt er gebruik van gemaakt bij spataderen en sintomen van reumatiek en jicht. Ook in de homeopathie wordt guaco gebruikt.

De plant is bitter en aromatisch, ze bevat diterpenen, sesquiterpenen, tanninen, saponinen, hars, bitterstoffen: guacina, flavoniden, cumarine, guacoside; stigmasterol.

         Giftigheid: de mensen die lange tijd met het kruid werken in een niet geventileerde ruimte kunnen misselijkheid, overgeven, diarree en snel bloeduitstortingen ontwikkelen. Ze dienen beschermende laboratorium kleding te gebruiken en de ruimte moet zijn aangepast. Zeer grote consumptie van guaco leidt tot onbehaaglijkheid, overgeven en diarree. Grote doses guaco laat ook de menstruatie toenemen en bemoeilijkt de bloedstolling en littekenvorming.

 

maria-preta   [naar boven]

Cordia polycephala (Lam.) I.M. Johnston (=C. corymbosa (Desv.) G.Don., =C. corymbosa Willd. ex Roem. et Schult., =C. discolor Cham., =C. lapensis Warm., =C. lineata Roem. et Schult., =C. monosperma (Jacq) Roem. et Schult., =C. paraguariensis Chodat et Hass., =C. quazumifolia Roem. et Schult., =C. ulmifolia Auct., =Lantana corymbosa L., =L. quazumifolia Kuntze, =Lithocardium discolor Kuntze, =Varronia corymbosa (L.) Desv. =V. guazumaefolia Desv., =V. lineata L., =V. monosperma Jacq., =V. polycephala Lam.) wordt in BraziliŽ maria-preta of chŠ-de-bugre genoemd, de Tupi naam is porangaba, porongaba. De farmaceutische naam is Cordiae corynbosae herba. Ze behoord tot de familie Boraginaceae, maar werd vroeger tot de Verbenaceae, of de Cordiaceae gerekend. Oorspronkelijk komt ze uit BraziliŽ maar is nu wild te vinden in heel subtropisch en tropisch Zuid- en Midden Amerika en het Caribisch gebied. Ze groeit wild in tuinen en weilanden, op bouwplaatsen en langs de wegen. Alhoewel veel wordt gebruikt, hoeft ze niet gekweekt te worden, het verzamelen levert genoeg op. Het is een 0,70!1,50m hoge overblijvende halfstruik, die in bijna elke grondsoort wil groeien, enorm aanpassingsbekwaam is, hitte en zelfs tijdelijke droogte verdraagt, maar het liefst volle zon heeft en het beste groeit in vruchtbare grond. Het gehele groene deel van de plant wordt gebruikt in de volksgeneeskunde; alle vruchtjes dienen nauwkeurig verwijderd te worden. Bij de rurale bevolking is deze plant zeer populair, door het algemene voorkomen is er echter nauwelijks handel in.

         Het verse of gedroogde kruid wordt in infusie gebruikt bij leverproblemen, als diureticum, en zachtwerkend afvoermiddel, het heeft een cardiotonische werking en wordt met succes gebruikt bij de behandeling van vetzucht, het heeft goede bloedcirculatiebevorderende eigenschappen. Uitwendig wordt het toegepast bij huidproblemen, in baden tegen zweren en in gorgelen bij ontstoken mond en keel.

         Vroeger werd de plant ook gebruikt bij het maken van indigokleurstoffen. Ze wordt nog steeds gebruikt om er bezems van de binden.

         Samenstelling: salicylaldehyde, cafeÔne, bitterstoffen, suikers, etherische oliŽn, tanninen en zeer waarschijnlijk de flavoniden: artimetine, hydroxiartimetine.

         Er is weinig onderzoek naar de giftigheid gedaan. In de normale gebruikte doses zijn geen problemen bekend. De plant staat te boek als niet giftig.


 

mentraste   [naar boven]

Ageratum conyzoides L. (=A. conyzoides var. inaequipaleaceum Hieron., =A. hirtum Lam., =A. latifolium Cav., =A. latifolium var. galapageium B.L.Rob., =A. maritimum HBK, =A. mexicanum Sims, =A. obtusifolium Lam., =Alomia microcarpa (Benth. ex Oerst.) B.L.Rob. =Cacalia mentraste Vell., =Carelia conyzoides (L.) Kuntze, =Coelestina microcarpa Benth ex Oerst., =Eupatorium conyzoides (L.) E.H.L.Krause) De Braziliaanse namen zijn onder andere: mentraste, cacŠlia-mentraste, mentraÁo, pic„o-roxo, de Nederlandse: ageratum, tuinbalsem, leverbalsem en de farmaceutische naam is Agarati herba.

         Het is een eenjarig kruid uit de familie Asteraceae, met een hoogte van 0,30!0,80m en eindstandige witte, roze of paarse bloemhoofdjes. Oorspronkelijk komt ze uit BraziliŽ, maar is nu een pantropische kosmopoliet. Het is het meest voorkomende onkruid ter wereld, dat vooral in tuinen en eenjarige gewassen groeit. Alhoewel het gemakkelijk uit te wieden is, zorgen de gigantische aantallen stoffijne zaadjes ervoor dat ze steeds weer terugkomt en zich goed kan verspreiden. Ze stelt geen bijzondere eisen aan de bodem maar groeit het liefst in de volle zon en is een beetje windgevoelig, ze verdraagt vorst, koude en hitte. Er zijn inmiddels tientallen cultivars ontwikkeld die als sierplant gekweekt worden. Voor fytoterapeutische doeleinden is ze nog niet verbeterd. Wel wordt er af en toe gericht onderzoek naar de mogelijkheden van deze plant gedaan, vooral om ze te gebruiken in regionale gezondheidsprogramma's.

         Het kruid wordt het hele jaar door in het begin van de bloei geoogst, het mag beslist niet gewassen worden. Er is enige, zij het sterk fluctuerende handel in dit product, dat bijna altijd van verzamelde planten komt.

         De verse plant wordt als vervanger voor sterkers gegeten, het heeft een pikante smaak. De verse bloemen worden aan zelfgemaakte massageolie toegevoegd. In de volksgeneeskunde wordt ze vooral gebruikt in de vorm van infusie als pijnstillend middel, tegen reumatische klachten, artritis, darmkramp, als antispaspodicum, wegens de pijnverzachtende eigenschappen. Het wordt ook ingezet als urinedrijvend, als eetlustopwekkend middel, bij problemen van de urinewegen en stimulerend tonicum. Uitwendig vindt toepassing bij behandeling van reumatische pijnen.

         De verse plant bevat 0,02% vluchtige oliŽn, de gedroogde 0,16 en de bladeren 0,06%. De verse plant bevat ook blauwzuur, dat echter tijdens het droogproces of het toebereiden van de infusie verdwijnt. Verder zijn nog tanninen en saponinen aanwezig.

         De verse plant is giftig in hoge doses, de mogelijkheid dat ook in de gedroogde plant nog niet geÔdentificeerde gifstoffen aanwezig zijn wordt onderzocht.


 

mentruz   [naar boven]

Coronopus didymus (L.) Smith (=C. d. var. macrocarpus Muschl., =Lepidium didymum L., =L. didymus (L.) Sm., =L. pseudodidymum Tell., =Senebiera didyma (L.) Pers., =S. pinnatifida DC.) wordt in BraziliŽ onder andere ook nog mastruÁo-dos-Ūndios, en mastruz genoemd. De farmaceutische namen zijn Lepidii herba en Lepidium mastruco. Familie Brassicaceae. Het is een eenjarig 0,15!0,30m hoog kruid met liggende aan de toppen halfopgerichte stengels, dat spontaan voorkomt in de tuinen van zuidelijk BraziliŽ in de winter. De plant heeft een vruchtbare bodem, relatieve koude en volle zon nodig om te ontwikkelen. De eveneens veel voorkomende sterkerssoorten hebben opgerichte stengels. Het gebruik is overeenkomstig. De plant wordt nooit gekweekt, maar steeds verzameld als onkruid. Het wordt vaak in flessen met sterke drank gedaan voor alcoholische aftreksels. De plant dient vers gebruikt te worden of als tinctuur van verse planten. De etherische oliŽn verdwijnen bij het drogen.

         Het wordt in de volksgeneeskunde aangewend bij winterziekten als verkoudheid, hoest en griep wegens de antibiotische, bloedzuiverende en koortsverminderende werking, en ook als wormmiddel, spijsverteringbevorderend middel, verder tegen spierpijnen, moeilijke ademhaling en bronchitis.

         Het verse kruid bevat het glicoside glucotrapeoline en glicosiden de zich omzetten in isothiocianaten, vooral fenyl-ethyl-isothiocianaat; verder ijzer, zwavel-heterosiden, bitterstoffen en vluchtige oliŽn.

         Intensief gebruik van deze plant kan op de duur tot irritaties van de urinewegen lijden.


 

quebra-pedra   [naar boven]

P. tenellus Roxb. (=P. corcovadensis Muell.Arg.) wordt in BraziliŽ onder andere ook erva-pombinha; fura-parede, saķde-de-mulher genoemd, de Tupi-naam is conami, de Nederlandse naam bladbloem. De farmaceutische naam is Phyllanthi herba; vroeger Moeroris rubra herba. De plant is verwant aan P. niruri L., maar heeft een roodachtige stengel en asymmetrische blaadjes. Het is een zeer algemeen onkruid, vooral in tuinen en in vruchtbare bewerkte grond. Familie: Euphorbiaceae. Oorsprong de centralezuidelijke staten van BraziliŽ. De hoogte is 0,30!0,50m. Het gaat om een delicaat eenjarig kruid met kleine blaadjes en minuscule groene bloemetjes die aan een piepklein steeltje vanaf de basis van het blad naar beneden groeien en alleen vanaf de onderkant zichtbaar is. Er wordt een overvloed aan fijn zaad geproduceerd, waardoor ze overal voorkomt. Het best ontwikkelt de plant zich als ze in de halfschaduw, van andere, iets hogere planten kan groeien.

         De gehele plant, met de wortels, wordt gebruikt. De wortelhals is vaak wat dikker als de zeer fijne stengels. Na het plukken worden voorzichtig de wortels gespoeld en gewassen, zonder het loof nat te maken. Er is een gestadige handel in het gedroogde product.

         De plant wordt in de volksgeneeskunde vooral gebruikt voor de behandeling van nierstenen en aandoeningen van de urinewegen. De gehele plant, vers of gedroogd wordt gebruikt. Ook worden garrafadas gemaakt door het op sterke drank te zetten.

         De plant heeft een goede pijnstillende, verzachtende, kalmerende, koortswerende werking, het is ook een bacterostaticum en immunostimulans. Het wordt in de fytotherapie gebruikt bij aandoeningen van het uro-genitale systeem: nieren, blaas, prostaat, slijm in de urinewegen, emmenagogum, calculus, urineretentie, waterzucht, evenals uit deze problemen voortkomende rugpijn en bij de behandeling van leveraandoeningen, als anti-hepatotoxicum, hepatotonicum. Het antivirale effect wordt benut ter behandeling van hepatitis-B.

         Het kruid bevat flavoniden zoals quercitine, astragaline, rutine, nirurine; fisitine-4-0-glicoside, alkaloÔden, zoals philocrisine, triocontanol, en ligninen zoals philantine e hypo-philantine. De bladeren bevatten fenolen, lignonen, triterpinoiden, rutine, quercetine; de zaden linoleic zuur, linolenic zuur en ricinoleic zuur, de wortels bevatten flavonoiden, triterpeniden en steroÔde oestradiol.

         In normale hoeveelheden treden nooit problemen op, maar in zeer hoge dosering kan deze plant enigszins giftig zijn, misschien zelfs abortief en mogelijk ook seksuele impotentie met zich mee brengen.


 

         Het bovenstaande bevat natuurlijk slechts een klein aantal van de enorme verscheidenheid aan planten in BraziliŽ die fytoterapeutische eigenschappen bezitten. In dit artikel is ervoor gekozen alleen die te behandelen die algemeen bekend en aanvaard zijn en die spontaan vlak naast de buitendeur groeien en eventueel

 [naar boven]

 

(HOME)     (General Conditions)      (Common Herbs)      (Some Brazilian Herbs)

(Tuinkruiden uit Brazilie)      (Waterplanten)      (Wat is kwendel)      (Kontact)